Piggelmee

28c89580-6335-012c-b80c-0050569439b1.jpg

Deze Tovervis-bewerking was voor mij een logische stap, want ik heb Piggelmee mijn leven lang "bij me gedragen".
Toen ik ongeveer 2 was, las mijn Opa het iedere dag wel een keer aan mij voor. Ik kon dan ook hele stukken onbegrijpelijke tekst ("...nooddruft had hun dat geleerd...") uit mijn hoofd opzeggen als peuter.

Later heb ik de tekst eens aangepast aan de vrouw van de projectleider waar we mee te maken hadden in Indonesiƫ. In het zwembad (aangelegd met geld van de zaak) mochten wij niet zwemmen en altijd had ze meer te wensen (en dat werd ook ingewilligd door het bedrijf waarvoor Man daar zat). Dat vroeg om een Piggelmee-variant!

Dus:

In een land van groene heuvels
niet ver van het ......-meer (dit uit privacy-overwegingen)
woonde eens een mensenpaartje
en dat heette Gingtekeer.

Ondanks zijn toch hoge status
woonden ze - een vrees'lijk lot-
in - voor expatriate-begrippen -
slechts een heel gewone kot.

.........

En het ventje, thuisgekomen,
vond de auto voor de haag.
Maar zijn vrouwtje, niet tevreden,
had alweer een nieuwe vraag.

Gingtekeer, je moet teruggaan,
want ik ben niet in mijn sas.
Vraag het visje om een zwembad
met daaromheen dat ragfijn gras.

.........

Eens, het was nog vroeg die morgen,
moest onz' arme Gingtekeer
- hij wou juist wat langer slapen -
toch naar 't visje, toch naar 't meer.

Want - kijk hier - er waren mensen
die ze liever maar zag gaan.
Als die weggetoverd werden,
had ze een volmaakt bestaan.

En, de handen in zijn zakken,
toch weer voor zijn vrouw gezwicht,
ging het arme Gingtekeertje,
naar het meer, met rood gezicht.

......

Maar toen kwam er op het water
plots een brede rimpelkring,
wijl het anders kalme visje,
nu heel boos aan 't spart'len ging.

En zijn antwoord klonk heel driftig
als uit dichtgeschroefde keel:
Vent, ga daad'lijk naar je vrouw toe,
zeg haar dit: zij vraagt teveel.

.........

Toen hij meende dat hij thuis was
keek hij als beteuterd rond:
want er was een lege ruimte,
waar zostraks zijn huis nog stond.

Middenop lag er een briefje,
't was geschreven door zijn vrouw:
"Ik zit nu in ..........(hier de naam van de thuisbasis)
Maak wat voort en volg me gauw."

En nu dus de vertelvoorstelling
"Van de Visser en zijn Hebberige vrouw".